-
  ZOEK  
 
home > bewoners aan het woord >u bent - u kent

bewoners aan het woord

U BENT - U KENT!

 

De koeien liepen door de steeg.

Bron: Zaanse Wijken Zaandam-Zuid, 10 februari 2010

Van welke boer die koeien waren, dat weet ik niet meer. De huizen met even nummers waren nog niet gebouwd en we keken uit op de weilanden. Vanuit onze woning zagen we molen De Poelenburg, die later is verplaatst naar de Zaanse Schans.

 

  de heer KoolmanDe heer Koolman woont al vanaf 1953 op de Dennestraat met een onderbreking van enkele jaren. In 1958 vertrok hij naar het Vissershop alwaar hij enkele jaren op de Beukenlaan heeft gewoond. Die straat is na de renovatie van de wijk niet meer teruggekomen. Alle andere straten wel.

 

Koolman heeft de lagere school doorlopen op het Vissershop, bij meester Frederiks en aansluitend het 7e en 8e leerjaar op het Kattengat bij meester Brinkemper. Dat moest toen wel want je mocht pas werken als je 15 was, die twee jaren op het Kattengat waren ter overbrugging.

Na de Middelbare Tuinbouwschool in Aalsmeer ging hij werken bij Bloemist Schipper naast bioscoop Flora op de Westzijde.

Van 1953 tot 1964 is hij als hovenier in dienst geweest bij de Gemeente Zaanstad en was hij lid van de Vogelwacht Zaanstreek. Het Burgemeester In 't Veldpark is gebouwd op een stortplaats van bagger uit de Zaan. Via de Kopermolenstraat werd de bagger naar het In 't Veldpark getransporteerd en werd er een dijk aangelegd. Deze dijk is op een gegeven moment op een bepaald punt doorgebroken en dit was niet meer te herstellen. De directeur van Gemeentewerken, de heer Kloos heeft toen de Heemtuin bedacht. Langs de breuk in de dijk is een nieuwe versteviging aangebracht. Daarachter, naar de Gouw toe is toen de Heemtuin ontstaan.

 

Koolman is altijd geïnteresseerd geweest in flora en fauna. In de zeer strenge winter van '56 of '57 ging ik met Dirk Groen, Jan van Zaane en Jan Laan vogels voeren die het zwaar hadden. Op de Zaan stonden wij op een afstand van een meter naar de ijsbrekers te kijken. Het ijs hoorde je onder je knappen, maar het was zo dik dat je gerust wel veilig stond. De meerkoeten die ondervoed waren of met de poten vast zaten in het ijs nam ik mee naar huis. Toentertijd woonde ik nog bij moeders thuis. De meerkoeten, het zullen er een stuk of acht zijn geweest, gingen in een doos achter de kachel. Bakje water en wat eten erbij. De volgende morgen hoorde mijn moeder wel vreemde geluiden. Tja, de meerkoeten hadden zich zo goed hersteld van het eten en de warmte dat zij de vleugels alweer hadden uitgeslagen, de huiskamer hadden ondergepoept en de gordijnen hadden gesloopt. Lid van de Vogelwacht is Koolman al lang niet meer.

Over de vraag of en hoe we de vogels momenteel kunnen bijvoeren hinkt Koolman wat op twee benen. Feitelijk is het zo dat de zwakste een strenge winter niet zullen overleven. En dat is een natuurlijk proces. Maar vogels voeren en ze de tuin inlokken blijft natuurlijk altijd leuk.

Tenslotte verwees de heer Koolman geïnteresseerden naar de website van de Vogelwacht: www.vogelwachtzaanstreek.nl

Door: Yvonne de Graaf









-

 

terug naar bewoners ah woord