
bewoners aan het woord
vervolg Gekke Tampie
van onze redactie
Hoe bent u erop gekomen dit boekje te schrijven?
"Na de dood van mijn moeder kwamen op verjaardagen allerlei herinneringen ter sprake. Toen kwam ik op het idee deze herinne-ringen eens op te schrijven. In het boekje staan anekdotes over de jaren 1940-1953 van alle 13 kinderen."
13 kinderen? Dat is nogal wat.
"Ja, zeven jongens en zes meiden, onder wie ikzelf.
Maar aangezien ik uit een Katholiek gezin kom, is het niet zo vreemd hoor: 13 kinderen. Katholieke gezinnen bestonden wel vaker uit veel kinderen. Door de kerk werd dat graag gezien en gepromoot.
Ik herinner me ook dat we in de rozenkransmaand elke avond op de knieën op de Jabo-vloerbedekking bij onze stoel zaten, de struktuur van de Jabo stond op de knieën."
Wat zijn de voor- en nadelen van zoveel broertjes en zusjes?
"Het leuke aan een groot gezin is de saamhorigheid. Het nadeel is dat je niet echt veel privacy hebt."
Kunt u iets vertellen over uw jeugd?
"We woonden eerst in de Kopermolenstraat. Het was een redelijk grote woning, met 2 grote slaapkamers, een zolder en een vliering. In één slaapkamer sliepen m'n ouders, in de andere slaapkamer sliepen wij met z'n zevenen. Twee kinderen sliepen in een bedstee, gemaakt door mijn vader in een kast. De rest sliep op zolder en de vliering. In 1952 verhuisden we naar de Burgemeester van Ordenstraat, waar één blok gebouwd was van vier grote woningen, speciaal voor grote gezinnen. Deze huizen waren wel wat groter: vier slaapkamers en een grote zolder.
In de andere woningen woonden de familie Prins, Huisman en Schaap.
Ik zat op de meisjesschool aan de Bloemgracht. Juf van Oosten woonde bij ons in de Kopermolenstraat en als ik haar aan zag komen dan rende ik naar buiten om haar tas te dragen naar school. Ze was erg aardig tegen mij. Ze stond bekend als een erg strenge juf. Ik heb nog een brilletje van haar in mijn bezit.
Ik had problemen met breuken. Na schooltijd leerde ze mij met een appel breuken. De appel mocht ik dan later opeten. Dat kreeg ik thuis niet zo gauw.
Kleding ging van zus op zusje. Van grote broer naar kleiner broertje. Hadden we 's winters laarzen: 's zomers werden dat "Prins van Walesjes", zoals mijn moeder ze noemde, afgeknipte laarzen.
We moesten altijd ons bord leegeten. We hadden geen honger, maar de oudere kinderen moesten tijdens de oorlogsjaren meer dan eens zonder eten naar school. Dat hoorden wij dan als aansporing, om toch vooral ons bord leeg te eten.
Mijn vader was gek op zijn kinderen, maar wel erg gauw driftig. We waren een beetje bang voor hem. Een klap liep je snel op. Mijn vader werkte bij Drukkerij Bolding als typograaf, later als chef technische dienst. Ook broers gingen later bij Bolding werken.
Het boekje "Gekke Tampie" is te koop bij de boekhandel.
Prijs Euro 7,95
Lenie Frits-Tambach wil ook over de periode 1953 tot . schrijven.
We kijken uit naar het volgende deel.
![]()
Gekke
Tampie - deel 2 is uit
van onze redactie
Een vrolijke
terugblik in de tijd
Het nieuwe boekje van Lenie Fritz Tambach 'Dwaze Vrolijkheid' is uit.
Dit is het vervolg op haar eerste boekje 'Gekke Tampie' dat in 2004 werd uitgegeven
.
Met veel gevoel voor humor beschrijft zij het leven van haar familie tussen
1945 en 1953.
In het tweede boekje 'Dwaze Vrolijkheid' gaat zij verder met een beschrijving
van het wel en wee van de familie Tambach tot en met de zeventiger jaren.
Lenie Tambach is dertien jaar in het begin van 'Dwaze Vrolijkheid'. Zij schetst
haar leven vanaf haar dertiende jaar tot en met de jaren zeventig in Zaandam.
Zij ging werken nadat zij de lagere school had doorlopen en een jaar huishoudschool.
En een nieuw leven begon in de groentezaak van Jan Visser. Ze heeft altijd
een hekel gehad aan 'huishouden' en was blij met haar eerste baan.
Zij schetst het leven van toen dat vele van ons zich nog kunnen herinneren.
De koffergrammofoon waar ze uren singeltjes op draaide van Eddy Cristiani,
het Coctail Trio, en andere.
De tijd van de kleden en lopers die elke week een flinke beurt kregen met
de mattenklopper. Krulspelden zetten en het haar spoelen met azijn voor de
mooie glans.
De danslessen op zondagmiddag in het RK verenigingsgebouw de Bond en op volleybal
bij de Setfighters.
Lenie's talent ligt niet alleen bij het schrijven van haar levensverhaal maar
vooral bij haar grote liefde voor de poëzie. In 'Dwaze Vrolijkheid' staan
ook een aantal gedichten van haar afgedrukt. Met het volgende gedicht won
ze in 1996 de eerste prijs op de cultuurmarkt van Zaandam.
| Architectuur van het verleden Heeft zich gevoegd in steen en hout En voegt zich naar het heden. Verscheidenheid in enkelvoud Ik veeg een venster in het beslagen raam En kijk naar het plantsoen Waarin een vleugelnoot van naam Amsterdamse school koppelt aan Zaans groen. |
'Dwaze Vrolijkheid' is een fijn vlot verteld boekje met zwart/wit foto's en
afgewisseld met gedichten. Een terugblik in de tijd die niet meer terugkomt,
maar waar sommigen even met weemoed aan zullen terugdenken.
Het blijft echter bij deze twee
deeltjes. Lenie haar grote passie is toch haar poëzie. En daar gaat zij
mee verder.
'Dwaze Vrolijkheid' kost Euro 12.50
en is uitgegeven door Van de Berg
Almere / Enschede
ISBN:978-90-5512-249-3

