bewoners aan het woord
vervolg Henk Nooij, bergbeklimmer
Bron: Stadskrant Edam, Luc van der Berg
Henk Nooij gestuit op laatste berg
Nog
één keer in zijn leven wilde de 65-jarige Henk Nooij zijn krachten
meten met een topper in het Himalaya-gebergte. Begin oktober trok hij met
een groep enthousiaste en goed voorbereide berg-beklimmers naar Nepal om de
Lobuche Peak te beklimmen, een bergtop op ruim 6100 meter, vlakbij de legendarische
Mount Everest. Kort geleden kwam Henk weer terug in Nederland, en zijn ervaringen
wilde hij graag met ons delen in navolgende monoloog.
‘We hadden een lange aanloop. Door zwaar terrein, maar ook door een
geweldig landschap.
's Ochtends om zes uur een eerste beker met thee, aangereikt door Pemba de
keukenjongen, dan snel een natte lap over je gezicht en aankleden. Het vroor,
ook in de tent. We pakten de bagage voor de dragers en onze rugzak in, braken
de tent af, aten wat en ruim voor half acht gingen we weer op pad. Vanuit
Kathmandu, de hoofdstad van Nepal, namen we eerst een binnenlandse vlucht
naar Lukhla, in het oosten van Nepal, in het gebied van de Mount Everest en
Cho Oyu, de 8200 meter hoge berg die ik in 1998 en een jaar later tevergeefs
vanuit Tibet probeerde te beklimmen. Tijdens de aanloop naar Lobuche wonnen
we steeds meer hoogte en merkten we dat de lucht ijler werd. Dat had gevolgen
voor ons tempo, waarbij een dagen lang durende voedselvergiftiging een extra
zware belasting opleverde voor vijf van de zeven expeditieleden! Gelukkig
had ik hier zelf geen last van. Om extra te acclimatiseren aan de hoogte,
we waren inmiddels op gemiddeld 4800 meter, beklommen we op een “rustdag”
de 5400 meter hoge Chokyo-Ri. Enkele dagen daarna bereikten we de Cho La,
een 5600 meter hoge, besneeuwde en deels verijsde pas waar wij overheen moesten
om in het volgende dal te komen. Daar lag ons doel: de 6120 meter hoge Lobuche-Peak.
De Cho La-pas was te steil en te moeilijk begaanbaar voor de vier yaks die
onze bagage vervoerden, waaronder onze klimuitrusting en vele honderden meters
touw die wij op de berg nodig zouden hebben. Via een moeizaam te vinden route,
die twee lange dagen ploeteren door sneeuw en ijs kostte, kwam de yakdrijver
laat op de dag met zijn beesten aan op de plek waar wij een rustdag hadden
genomen.’
Zwaar verijsd
‘Vanuit
het basiskamp, klimmend naar Kamp 1, werden we geconfronteerd met spekglad
terrein. De route, die voornamelijk in de schaduw lag, was zwaar verijsd!
Overdag gesmolten sneeuw, die later op de dag bij het dalen van de temperatuur
tot ver onder nul was opgevroren tot een centimeter dik ijslaagje, zorgde
voor grote problemen om met flink gevulde rugzakken Kamp 1 op ruim 5000 meter
te bereiken. Na een “frisse” nacht, ik vermoed dat het zo'n graad
of acht onder nul was in de tent, volgde onze eerste verkenning van het terrein
boven Kamp 1.
Stijgijzers
Tot onze opluchting brak om een uur of tien de zon door de loodgrijze wolken,
die tot dat moment Lobuche volledig aan ons zicht hadden onttrokken. De warmte
van de zon zou de ijslaag op de rotsen snel doen wegsmelten en ons zodoende
de kans geven om de komende nacht, om een uur of twee, over deze 400 meter
hoge rotsbarrière heen naar het begin van de
topgraat* te kunnen klimmen en op deze rotsroute een vast touw te kunnen
aanleggen waarmeewe tijdens de afdaling de dan ongetwijfeld opnieuw bevroren
rotsen veilig zouden kunnen afdalen! Maar helaas, de zon verdween al weer
rap achter een grijze en mistige massa waaruit niet veel later opnieuw dikke
sneeuwvlokken vielen. Toen enkele uren later de zon weer moeizaam tevoorschijn
kwam en de sneeuw begon op te warmen wisten we al wat hiervan het gevolg zou
zijn: namelijk opnieuw opvriezen van de smeltende sneeuw en een nog grotere
kans op het onder onze stijgijzers afbreken van de dunne ijslaag op de rotsen,
met als gevolg ongecontroleerd wegglijden op deze steile en vlakke rotsplaten!’
Ongelukkige val
‘Een vermetele poging van één van ons om hogerop een eerste
zekering aan te leggen om alsnog een vast touw aan te leggen eindigde in een
ongelukkige val, met als resultaat vier afgebroken tanden, drie in de bovenkaak
en één in de onderkaak, met daarbij twee hevig bloedende scheuren
in de onderlip, een shock en vermoedelijk een lichte hersenschudding! We zijn
vele uren met hem bezig geweest. Later, in Lukhla heeft een lokale arts de
lip met vier hechtingen weer enigszins in orde gebracht. In Kathmandu ben
ik met hem op zoek gegaan naar de tandartskliniek van de Amerikaanse ambassade,
waar hij een perfecte, maar tijdelijke, behandeling kreeg. Inmiddels was het
duidelijk dat het weer voorlopig niet zou veranderen en de berg en de natuur,
ondanks de topconditie waarin de meeste van ons verkeerden, dit keer niet
zouden toestaan om ons doel te bereiken. Zo eindigde de laatste beklimming
in mijn alpiene loopbaan in de erkenning van de geweldige macht die het hooggebergte
heeft en die laat zien hoe nietig en afhankelijk je bent als je van plan bent
om één van deze reuzen te bedwingen!’
Speciale dank
Henk wil een nog een speciaal dankwoord uitspreken
aan Patrick Lefèbvre van Sportcentrum Atlas, die hem heeft ondersteund
bij zijn voorbereidingen voor deze klimtocht.
Nog even een
vraag: wat is de topgraat?
* Vanaf de top naar rechts de vrijwel horizontale lijn die de scheiding is
tussen de blauwe lucht en de berg. Dat is de topgraat;
'n scherpe, vrijwel altijd zeer smalle rand die uiteindelijk naar de top voert,
te zien als 'n omgekeerde V.
Meestal zoek je om over deze scherpe graat te gaan de luwzijde (van dat moment)
en ga je iets ('n halve meter?) onder de bovenrand en gebruik je je pickel
als evenwicht(s)steun.
(Spannend om te doen, vooral bij harde wind of horizontale sneeuwjacht).
groeten, Henk.