
Historie
Verkade aan de Zaan
De koekfabriek is gered
De Volkskrant, 16 mei 2007
Verkade, monument van de Zaanse industrie, blijft leven.
De fabriek is het pronkjuweel van het Zaanoeverproject. De stad herontdekt
zijn rivier.
Door Rob Vreeken
De parel aan de Zaan is gered. Van Mariakaakje tot Lubina grelhada (zeebaars
van de grill met een venkel-antiboise): voedsel blijft de bestaansreden van
de Verkadefabriek in Zaandam.
Theo Kalf, huishistoricus van de Verkadefabrieken, gloeit van trots. 'Fantastisch
wat ze ervan maken. Ik heb altijd gezegd: als ze gaan slopen, keten ik me
vast aan de poort.' Kalf kan zijn ketting in het vet laten. Het industrieel
monument aan de Zaan staat als vanouds te schitteren in de ochtendzon. De
eerste lunchgasten schuiven aan op het terras aan de rivier van De Koekfabriek.
De beschuittoren draagt in gouden letters de naam van het restaurant, dat
eind april zijn poorten opende.
De herbestemming van de Verkadefabriek, waarvan het oudste deel stamt uit
1886, draagt sterk bij aan de heropleving van de Zaanoevers. Ooit was de rivier
de levensader van het oudste industriegebied van Europa, een eretitel die
de Zaanstreek dankt aan de 1100 industriële molens die er vanaf 1596
werden gebouwd.
In later eeuwen maakten de molens plaats voor fabrieken en silo's. De Zaan
specialiseerde zich in voedingsmiddelen. Nog altijd is een echte Zaankanter
iemand die niét moppert over de geur van cacao, zetmeel of koekjes.
Van zuid tot noord verrezen de fabriekspanden pluksgewijs langs beide rivieroevers,
afgewisseld met woningen en open stukken veenweide. De arbeiders werden vanaf
eind 19de eeuw gehuisvest in volkse straten, haaks op de lintbebouwing van
industrie langs het water. 'Juist dankzij de contrasten is de Zaan een prachtige
rivier', zegt Paul Carree, architect van het Verkadeproject. 'Pakhuizen en
stomende fabriekspijpen naast pittoreske huizen. Dat is de kracht van de Zaan.'
In
zo'n arbeiderswoning aan de overkant van het Verkadecomplex woont Paul ten
Cate, mede-eigenaar van De Koekfabriek. Met zijn compagnon Thomas van Iersel
had hij een restaurant in Amsterdam, tegenover de ingang van Artis. La Sala
liep als een trein, zeker sinds culinair journalist Johannes van Dam het restaurant
het rapportcijfer 9- gaf, maar toen Ten Cate eind 2005 een blik wierp in de
leeg-staande Verkadefabriek, was hij verkocht. Voor zijn geestesoog verscheen
een ruim bemeten restaurant, grootstedelijk van allure, robuust van aankleding.
De
droom is verwezenlijkt. Waar ooit beschuit, koek en chocolade werden gemaakt,
serveert De Koekfabriek nu Polente con verdure al griglia, Zarzuela de pescado
en andere gerechten uit de mediterrane keuken. Van de inrichting van de fabriek
(tot vier jaar geleden nog in bedrijf) bleef veel bewaard, van de betegelde
vloer tot de pilaren en de metalen glaslijsten.
Het restaurant heeft twee terrassen, een aan de Zaanzijde, een op het binnenplein
van het complex. Dit plein wordt het centrum van de nieuwe bedrijvigheid in
de oude fabriek. De Koekfabriek is niet de enige gebruiker. Ook spelletjesmaker
Jumbo verhuisde vanuit Amsterdam. Er is een sportschool. De openbare bibliotheek
komt. Er is ruimte voor winkels en publiek trekkende bedrijfjes. Boven komen
woningen.

Cocon Vastgoed heeft voor het Verkadecomplex een 'mix van werken, wonen, cultuur
en vrije tijd' in gedachten. Het welbekende recept voor de revitalisering
van stadscentra en oude wijken, en in Zaanstad is dat niet anders. Het is
ook de slogan waarmee de langgerekte slagader van het gebied - de rivier met
zijn oevers - door het gemeentebestuur 'wordt teruggeven aan de bewoners'.
De industrie vormde vanaf eind 19de eeuw een buffer tussen het water en de
stad; die stond met z'n rug naar de Zaan. Met het Zaanoeverproject - waarvan
het Verkadeplan een onderdeel is - wordt de rivier ontsloten. Fabrieken krijgen
een publieke bestemming of maken plaats voor appartementen.
In de wonderschone Zaanbocht (Wormer/Wormerveer) heeft de mix al zijn beslag
gekregen. In een trits fabriekgebouwen met koloniale namen als Batavia, Bassein
en Hollandia vestigden zich ontwerpers, reclamemakers en ander creatief volk.
Links verrezen woontorens, rechts is de Lassie-fabriek nog in gebruik.
Ook in het midden van de streek, rond Koog aan de Zaan, komt nog rook uit
schoorstenen. Hier is de industrie volop in bedrijf. Veel grijze fabrieksgebouwen
van recenter datum, ze missen de monumentale schoonheid van Verkade. Die grauwe
industrie hoeft niet weg, zegt SP-wethouder Piet Keijzer. 'De lelijkheid hoort
bij de Zaanstreek. Pareltjes, afgewisseld met lelijke dingen. Je moet de Zaanstreek
ook niet te mooi willen maken.'
Van een megalomaan masterplan is toch al geen sprake. Het Zaanoeverproject
wordt stukje bij beetje uitgevoerd, hapsnap. Her en der zijn leegstaande fabriekspanden
waar Keijzer de zaken op zijn beloop wil laten, 'broedplaatsen' voor creatievelingen.
Hij hoopt daarbij op overloop uit de hoofdstad. Zaanstad is betaalbaar en
ligt op 11 minuten met de trein vanaf Amsterdam CS. 'Het culturele en
culinaire is een voorbode van andere ontwikkelingen.'
Stukje bij beetje, hapsnap - het hoort bij de Zaan, want op die manier werden
de rivieroevers ooit volgebouwd. Het 'goedjaarsend' is typisch Zaans: wie
een jaar goed had verdiend, bouwde een stuk aan zijn (houten) woning, en later
misschien wéér een.
De Verkadefabriek zelf belichaamt die traditie. Ericus Gerhardus Verkade en
zijn twee zoons bouwden in 1886 hun eerste brood-fabriek tussen Zaan en Westzijde,
de weg evenwijdig aan de rivier. In de decennia erna voegden ze telkens delen
en vleugels toe. Ernaast, erachter, erbovenop. De toren werd eraan vastgeplakt.
Tot aan 1968 gingen de uitbreidingen door, ook aan de overkant van de Westzijde.
In de nieuwere fabriekspanden daar produceert de Koninklijke Verkade NV overigens
nog altijd de welbekende koeksoorten.
Wie het complex van Cocon Vastgoed nader bestudeert, ziet inderdaad een wonderlijke
lappendeken van bouwstijlen en -materialen. In gevelstenen staan velerlei
jaartallen gegraveerd. In het oudste gebouw, broodfabriek De Ruyter uit 1886,
zit de
sportschool. Restaurant De Koekfabriek streek neer in fabriekshallen die werden
gebouwd tussen 1904 en 1911, en voor een deel in de jaren dertig.
Op
de plek waar voorheen een voorraadtank voor chocolade stond, zit uitbater
Paul ten Cate te praten over zijn culinaire en culturele plannen voor de 'laagdrempelige
ontmoetingsplek'. Op 2 mei 1886, bij de opening van zijn fabriek, sprak Ericus
Verkade tot zijn vijftien werknemers: 'En nu, mannen die gereed staan aanstonds
den arbeid aan te vangen, een enkel woord tot U. Het ligt in mijn bedoeling
aan het publiek werkelijk deugdzaam en voedzaam brood te verschaffen.' Het
is Ten Cate uit het hart gegrepen, ofwel: Johannes van Dam is van harte welkom.
Hij wijst naar het water. Zoals hier ooit grondstoffen over het water werden
aangevoerd, ziet Ten Cate nu hoe de Zaan ook klanten weet aan te voeren. Mensen
meren hun boot aan en wippen binnen voor een lunch of een kop koffie, geserveerd
met een koekje. Verkade? Eh, nee, zegt hij betrapt. 'De kok bakt ze zelf.'
Wilt u meer lezen van/over Rob Vreeken?
Zie >> rob
vreeken - bombay

