
Sint nicolaas
Sint Nicolaas
Bron: Wikopedia
De herkomst van de Sint is niet Klein-Azië, maar
Spanje.
Sint-Nicolaas
op een vroeg-20e eeuwse kaart
Nochtans is Sint-Nicolaas geboren in Patara te Lycië dat vandaag in Turkije
ligt, maar in het jaar 280 bij het toenmalige Byzantijnse rijk hoorde. Later
werd hij als Lyciër bisschop van Myra de hoofdplaats van Lycië,
en nam o.a. deel aan het grieks(talig)e Concilie van Niceae. Hij stierf op
6 december 342. Na de inval van de moslims in het gebied, worden de stoffelijke
resten van de heilige naar Bari gebracht, in het toenmalige koninkrijk van
de Beide Siciliën (in het deel van Napels), waar de latere Keizer Karel
V koning zou worden. Filips II, zijn zoon, zou de Nederlanden erven, Spanje
én de Beide Siciliën. Vandaar de verwarring dat de Sint van Spanje
zou komen.
Aldaar is Sint-Nicolaas algemeen de patroon van de zeevaart. Sinterklaas arriveert
in Nederland per stoomboot, hetgeen in dat perspectief niet verwonderlijk
is: de historische banden van Spanje met de Nederlanden zijn gekend.
De schoen zetten met Sinterklaas
Oorspronkelijk werd Sint-Nicolaas alleen in het oosten geëerd. In de
13e eeuw werd besloten dat zijn naamdag ook in het westen een van de belangrijkste
feestdagen was; in die tijd werd het sinterklaasfeest in Utrecht al gevierd
door de schoen van vier arme kinderen te vullen met geldstukken, in andere
steden werd ook iets voor de armen gedaan.
Schoen zetten
In
Nederland zet men vanaf de vijftiende eeuw de schoen. In eerste instantie
gebeurde dat in de kerk en was de opbrengst voor de armen. Toen Sinterklaas
later een familiefeest werd, zetten kinderen hun schoen in de kamer bij de
schoorsteen.
Uit archiefstukken blijkt dat vanaf 1427 in de Sint Nicolaaskerk in Utrecht
schoenen werden gezet op 5 december, sinterklaasavond. Rijke Utrechters legden
wat in de schoenen en de opbrengst werd verdeeld onder de armen op 6 december,
de officiële sterfdag van de Heilige Nicolaas.
Uit de zestiende eeuw bestaan beschrijvingen van het schoenzetten door kinderen
in de huiskamer. Kunstschilder Jan Steen heeft in de zeventiende eeuw de sinterklaasochtend
op twee schilderijen vastgelegd. Daarop is ook goed te zien wat de kinderen
in hun schoen kregen. Vaak was dat koek, snoep en speelgoed. Opvallend is
dat vooral jongens een roe of zakje zout in de schoen vonden. Ook nu wordt
op verschillende plaatsen in Nederland tussen de officiële intocht van
Sinterklaas en 5 december de schoen 's avonds bij de schoorsteen gezet en
de volgende ochtend geleegd.
Pakjesavond
Bij
veel mensen is het de laatste jaren in de mode gekomen om tijdens pakjesavond
ook te dobbelen om kleine cadeautjes. Er word een wekker gezet op bijvoorbeeld
een half uur, en iedereen gooit een dobbelsteen. De uitkomst kan bijvoorbeeld
zijn 'geef het cadeautje aan je buurman'. Na een half uur gaat de wekker af
en moet iedereen zijn of haar cadeautje houden. De cadeaus zijn vaak een combinatie
van cadeaus die mensen graag willen en dingen die mensen minder graag willen,
waardoor er een grappige en hectische situatie kan ontstaan in de laatste
minuten van het spel.
Rond de goedheiligman bestaat een uitgebreid repertoire aan volksliederen
en zoetwaren. Tot de laatste behoren de pepernoten, kruidnoten, marsepein,
borstplaat, speculaas (speculator = bisschop, dus bisschopskoek), taaitaai,
suikergoed, popjes van chocolade, banketletters en, als typisch Nederlands
fenomeen, de chocoladeletter. Zwarte Piet is degene die deze lekkernijen in
de huizen strooit. De verzamelnaam voor het lekkers is dan ook strooigoed.
Zwarte Piet
Het
vriendelijkste verhaal is wellicht dat Nicolaas op een slavenmarkt in Myra
eens een Ethiopisch jongetje met de naam Piter (afgeleid van Petrus) aantrof.
Sint kocht de jongen vrij en uit dankbaarheid bleef hij bij de Sint.
De huidskleur van Zwarte Piet geeft soms aanleiding tot kritiek dat zijn rol
racistische vooroordelen zou bevestigen, maar volgens anderen is hij een Italiaanse
schoorsteenvegersknecht en is zijn gezicht alleen daardoor zwart van het roet.
Dit idee wordt nog eens versterkt door het feit dat Zwarte Piet een roe heeft
(een instrument van schoorsteenvegers), Italiaanse schoorsteenvegerskledij
draagt en op daken klimt. In Vlaanderen is de alleszins politiek correcte
term Pieterknecht.
Tot de Tweede Wereldoorlog had Sinterklaas slechts één helper.
Na de bevrijding door de Canadezen hielpen deze soldaten met het organiseren
van het eerste na-oorlogse sinterklaasfeest. Niet gehinderd door kennis over
de traditie, bedachten zij, dat als één Zwarte Piet leuk is,
een heleboel Zwarte Pieten nóg leuker zouden zijn. Sindsdien wordt
Sinterklaas vergezeld door vele Pieten, tegenwoordig vaak met ieder een eigen
taak. Terwijl Sinterklaas altijd statig en gedistingeerd is, gedragen de Pieten
zich als acrobaten en grappenmakers die vaak kwajongensstreken uithalen.
De kleding van Zwarte Piet is een soort pagepakje uit de 16de-17de eeuw. Aan
koninklijke hoven hadden de dienaren meestal zulke kledij aan. Waarschijnlijk
heeft daarom volgens de traditie de knecht van Sinterklaas een soortgelijk
uniform.
Surprise
Bij het sinterklaasfeest worden ook surprises gemaakt vaak vergezeld met een
Sinterklaasgedicht. Dit gebeurt zowel in huiselijke kring als op veel scholen.
Vantevoren wordt een lootje getrokken door de deelnemers. Hierop staat vaak
een suggestie voor een cadeau en wordt iemands hobby's vermeld.