
historie
Sint Nicolaas in Zaandam’s straten.
- Zaandam’s Jongenscomité actief –
Twee december. Vol is het in de straten van Zaandam, vol met winkelende moeders met kinderen, die dit jaar, het zoo droevige jaar 1944, toch Sinterklaas willen vieren.
Een gedeelte van ons land is nog aan zijn vrijheidsstrijd bezig, een ander gedeelte – het Zuidelijke – is vrij van meer dan vier jaren Duitschen druk. De strijd gaat voort, maar hier in Zaandam wandelen de moeders met hun kinderen rustig langs de Westzijde, langs Gedempte Gracht en Oostzijde en koopen, wat er nog te krijgen is, want de artikelen zijn schaarsch. Kinderen zeuren om Sinterklaas, die vroeger toch altijd in een of andere zaak kwam en er nu niet was. En dan prevelt vader of moeder iets van: “Hij kon er toch niet doorkomme, ze zijn veels te veel an ’t vechte, jò,” en daarmee nam het kind genoegen. Hij wist ook wel, wat die machines boven zijn hoofd te beduiden hadden. Maar hoor, wat is dat? Gejuich! Gejuich, dat sterker en sterker wordt en plotseling zien vele kinderoogen daar tòch de Goed-Heiligman komen in een open landauer, een koetsier met goud galon om zijn hoogen hoed op den bok, knallend met zijn zweep. Winkels zijn vergeten. Daar rijdt Sint Nicolaas met zijn knecht en er voor gaat een prachtig uitgedoste heraut, met een groote gouden klauwende leeuw op den rug van zijn korte fluwelen jas. Juichen, juichen, tot de Sint bij “Ons Huis” is aangekomen en van het balcon af nogmaals de luide toejuichingen van de samengestroomde menigte in ontvangst neemt.

Dit alles, deze vroolijkheid, deze juichende stemming in een zoo donkere tijd als de winter van 1944 is, heeft het Zaandamsche Jongenscomité teweeg gebracht. En wij, kinderen en ouderen, zijn deze wakkere jongens er dankbaar voor. De kindermiddagen, Zaterdag 2 en Maandag 4 December in “Ons Huis” georganiseerd, klonken als welluidende klokken. Er was een aardig variété-programma in elkaar gezet, een eigen orkestje, “band”, zooals ze zeiden, verzorgde de muziek. Clowns, August en zijn maat, een goochelaar, die allen in spanning hield, o, er was zooveel te genieten. Luid klonken de Sinterklaas-versjes op in de zaal, die grillig werd verlicht door een groote petroleumlamp, voor op het tooneel geplaatst. Ja, het was een electriciteitsloos tijdperk, die winter van 1944 en gas was er nog maar een weekje en sterk gerantsoeneerd. “Ons Huis” zou electriciteit hebben gekregen, maar de gemeentezekering sloeg door. Het roodgele licht van de petroleumlamp gaf er een meer intieme huiselijke sfeer aan en was niet het licht, waarnaar wij het meeste opzagen. Het groote licht van dezen dag, van deze middagen, was de onvermoeide geest van de knapen van het Zaandamsche Jongenscomité. Dit was met recht het licht in de duisternis. Die jongens wisten door te zetten, ook in moeilijke tijden. De echte Zaansche geest, de geest, die onoverwinnelijk is.
Met deze jongens durven wij het leven in te gaan. Wij, kinderen en ouderen. Het was een der ontroerendste Sinterklaasfeesten, die we meemaakten door de goedheid, die er van uitstraalde en die wij allen in dit duistere jaar zoo misten.
Jongens, van geheel Zaandam, onze hartelijke dank. Het was àf.
Zaandam, December 1944.
Opgesteld door J.A. Wit, toen de
“Provinciale Noordhollandsche Courant”
was verzegeld).
Originele brief uit 1944 ontvangen van de heer Siem Pos, één van de jongens van het Zaandamsch Jongenscomité (sinds 1943 in de oorlogsjaren).
![]()
Ook in 1943 organiseerde het Zaandamsch Jongenscomité een intocht van Sint Nikolaas. Getuige deze advertentie van dank in de krant van die dagen:

![]()
.
