Panorama zaandam by Tilemahos Efthimiadis

Ambachtsschool CR 02Van mei 1941 tot mei 1943 zat ik op de Ambachtss­chool. Het was oor­logstijd en het mate­ri­aal was schaars en meester Lun­shof gaf dat ook aan. Hij zei ook, ‘Jon­gens, we moeten heel zuinig doen met het hout want het is moeil­ijk verkri­jg­baar’. Ik heb alles door­lopen. Je had ook oud­er­avond en in het laat­ste jaar stond ik aan de draaibank heften voor vijlen en bei­t­els te maken. We hebben nooit een reünie gehad en ik weet niet wat er van al die jon­gens is gewor­den. Eén van die jon­gens, Jan Stelling uit Wormerveer, die wilde naar Enge­land toe. We waren pubers.

In die twee jaar op school hebben wij niet veel van de oor­log gemerkt. Ik fiet­ste vier keer per dag van het Dampad naar de Ambachtss­chool. Om twaalf uur werd je vri­jge­laten en om één uur moest je terug wezen. Het gebeurde wel eens dat ik te laat was, dan stond je voor het dichte hek en moest je 20 bladz­i­j­den strafw­erk schrijven.

Ambachtsschool CR 03Cor heeft nog wel de beschi­et­ing van de gashouder meege­maakt. Eén gashouder stond op de west­kant van de West­z­i­jde en twee op de oost­kant. In het najaar van ’42 waren we bezig in het prak­tijk­lokaal, maar ja, als je het schi­eten hoort is het al gebeurd. Maar Lun­shof riep, ‘onder de banken’. Er wordt nog wel eens gezegd dat de gashouder in de brand vloog, maar dat is niet het geval hoor, anders zouden ze het wel hebben afgezet. Ik fiet­ste er vier keer per dag langs. De gashouder was wel ger­aakt en die gaten hebben ze later gere­pa­reerd. Het geluk was dat die ketel heel laag stond want er waren geen kolen dus ook geen gas. Een andere keer is er wel brand geweest bij een beschieting.

D’r is nog wel een vrouw omgekomen bij Jamin, die daar bood­schap­pen deed. Een kogel van die beschi­et­ing van de gashouder ket­ste af en heeft eerst een muur ger­aakt en toen die vrouw ger­aakt. Met de snel­heid van die vlieg­tu­igen vliegen kogels alle kan­ten op.
Ik heb de bom­men op de Hogendijk nog wel meege­maakt. Mijn schoonva­der kwam met een kar met brand­hout van Bruynzeel af en die was er net voor­bij. Er was een melk­boer van de West­zan­erdijk en die z’n hele melkkar was weg. Eén bom viel op die school en daar op de zolder lagen alle­maal land­kaarten die door de druk de lucht invlo­gen, richt­ing Zeemanstraat.

Ambachtsschool CR 04Ik kon goed met Dirk van der Spek omgaan, die woonde in de Golofkin­straat. Die was net zo goed in wiskunde als ik. Dus we deden ieder de helft van de som­men en dan wis­selden we dat uit en had­den we alles klaar en het was altijd goed. Alge­bra en meetkunde dat ging me goed af, je wist het of niet en ik kreeg een acht; het hoog­ste van de klas. Dus ik was een vraag­baak voor m’n medeleerlingen.

Reek heeft nog al z’n schrift­jes van de Ambachtss­chool en ook een groot boek­w­erk met de tekenin­gen die hij daar heeft gemaakt. Hij heeft geen foto’s van zijn tijd op de Ambachtss­chool. Eind ’42 of in ’43 is er een foto gemaakt met alle leer­lin­gen die toen op school zaten, maar die is hij door ver­huizin­gen kwijtgeraakt.

Ambachtsschool CR 05Als Cor in z’n schrift­jes van toen zit te bladeren staat hij ver­baasd van wat hij alle­maal heeft geleerd. In het boekje lezen we ‘het stellen van profie­len’. Dat doen ze tegen­wo­ordig niet meer, alles komt kant en klaar op de bouw aan. Alge­bra, meetkunde; ‘dat moest alle­maal keurig gebeuren hoor want je kreeg er een cijfer voor, hoe je je schriften behan­delde, orde en netheid. Als een ander dit leest zeggen ze, ‘gooi toch weg die rot­zooi’. Hij is er hele­maal voor als dit ergens goed bewaard en ten­toon gesteld kan worden.

Ler­aar den Breemer, die heette Piet en die had ook een bij­naam ‘Pjetje’ en dan met 15 man in de klas mom­pelde iedereen ‘Pjetje’. Dan werd ie razend. We had­den ook Lun­shof, was zo’n kerel, geweldig. En je had ‘Snor’, was een grote kerel en die gaf algebra-​meetkunde.

Met de dis­ci­pline op school had hij geen moeite, je went eraan. Je wist wat je wel en wat je niet mocht. Thuis was ik ook redelijk streng opgevoed, moeder was een gelovig mens. Zijn vader was altijd maar aan het werk. Hij werkte bij Nieuwen­huizen, de dranken­han­del in de West­z­i­jde. Toen hij daar ontsla­gen werd, kwam hij in de werkver­schaffing terecht.

Ik was nog geen dag van school af en ik had al een baas. M’n vader was werk­loos en samen gin­gen we naar Jan­so­nius op de Heren­gracht en ik kon maandag begin­nen. De eerste dag vroeg hij wat ik kon en ik zei dat ik alleen een bei­tel kon vasthouden. Dan heb ik een mooi klusje voor je, zei hij. Hij werkte voor Pop­pert, de hoe­den­fab­riek in de Boten­mak­ersstraat. Ik moest mod­ellen van lin­de­hout maken, zo zacht als boter en dan schuren. Jaap de Graaf, z’n eerste knecht en Piet Klein, de met­se­laar werk­ten daar ook. Ik deed een klusje met Jaap bij Tempo in de kelder en daar lag alle­maal ouwel. Jaap zei, meen­e­men, je moet eten. Ik ben daar tot sep­tem­ber 1944 gebleven en toen dwong de honger me om te stoppen.

Cor Reek heeft tot aan z’n pen­sioner­ing in de bouw gew­erkt. Heeft overal, vooral in Noord-​Holland, wonin­gen gebouwd. Ter­wijl hij aan het bouwen was aan de nieuwe Wibaut­straat in Zaan­dam, had hij zelf nog geen won­ing voor zijn gezin. Hij heeft toen de stap genomen een gesprek met burge­meester Thomassen aan te vra­gen en door diens bemid­del­ing kreeg hij zijn eerste huis.

Hij is nu (dec. 2017) 89 jaar, is heel actief en rijdt nog auto. Alleen met ’s avonds rij­den is hij gestopt, dat ging niet meer.

Lees meer over de heer Cor Reek op onze webkrant onder Bewon­ers aan het Woord.

Joomla tem­plates by a4joomla