Panorama zaandam by Tilemahos Efthimiadis

Zijn beste vriend was buur­jon­gen Ben Herd­man, wiens fam­i­lie een meel­molen bezat. De jonge Bell vroeg zich af wat er nog ver­be­terd kon wor­den in de pro­duc­tie. Op 12-​jarige leeftijd ontwierp hij een machine met roterende ped­dels welke waren bezet met nagel­bors­tels om het kaf van het koren te kun­nen schei­den. Als dank gaf de vader van Ben de jon­gens een werk­plaats om zelf meer uitvin­din­gen te kun­nen doen. Alexan­der maakte later zijn studie niet af maar ging les geven in muziek en “Elu­co­tion”, voor­dracht­skunst op een school in Schot­land. Na het over­li­j­den van twee broers door TBC ver­huisde het gezin naar Canada. Hij gaf daar les aan dove kinderen in Boston (VS) met zijn meth­ode “zicht­bare spraak”. 5foto2Als ler­aar deed hij al onder­zoek naar elek­trische over­dracht van geluid. Op 14 feb­ru­ari 1876 vroeg Bell patent aan. Hij had met zijn assis­tent Wat­son een kort gesprek gevo­erd via een kabel vanuit een andere kamer: “Mr. Wat­son, come here. I want to see you”. Zijn vin­d­ing was een elek­tro­mag­neet met een strak ges­pan­nen mem­braan. Het mem­braan trilde en bracht stromen in de wik­kel­ing op gang van de elek­tro­mag­neet. Aan de andere kant gebeurde het omge­keerde: wis­sel­stromen wer­den in geluid omgezet via een luidspreker.

Tele­foon met slinger om iemand “Op te schellen”.

In 1877 werd de Bell Tele­phone Com­pagny opgericht. Dat leverde veel juridisch gehar­rewar op met con­cur­renten die net te laat waren met hun paten­ten.
In Ned­er­land was er al ver voor de tele­foon de Telegraaf. In 1852 werd er al door de Kamer van Koo­phan­del aange­dron­gen op aansluit­ing bij de: “electro-​magnetische telegraaf”. Langs spoor­ba­nen werd al telegrafie voor com­mu­ni­catie gebruikt wat de nieuws­gierigheid opwekte van het pub­liek. Op het sta­tion Haar­lem mochten reizigers der 1e klasse tegen betal­ing van 25ct dit bezichti­gen, wan­neer deze niet in werk­ing was.
Het eerste tele­foonge­sprek in Ned­er­land werd op 1 juni 1881 gevo­erd op de zolder van de Grote Club, hoek Damstraat/​Kalver­straat. Het hele Ams­ter­damse net had 48 abonnees.

5foto3Bell’s tele­foongids uit juli 1891 voor Ned­er­land.

Aan­vanke­lijk waren de netwerken nog beperkt tot grote ste­den die later pas met elkaar ver­bon­den wer­den. Er was geen sprake van elkaar opbellen, men “schelde elkaar op”.
Men draaide aan de slinger van de tele­foon om de verbind­ing tot stand te bren­gen en sprak dan ver­vol­gens met een dame in de cen­trale die je ging doorverbinden via een kast met veel stekkers.

5foto4Tele­fon­iste in de cen­trale, zodra het woord “voor­waarts” is geho­ord schelt men op.

Men was er achter gekomen dat vrouwen veel beter waren en vooral serieuzer, in het doorverbinden en ook duidelijker spraken. Van­daar dat men alleen tele­fon­istes oplei­dde voor deze functie.

5foto5

Han­dlei­d­ing voor het gebruik van Inter­com­mu­nale lij­nen 1891.

Wes­sa­nen en Laan waren net als Laten­stein van Voorst vroeg (27 jan­u­ari 1882) met een eigen par­ti­c­uliere tele­foon­lijn van hun kan­toren in Wormerveer naar hun fab­rieken te Wormer.
Daar­voor waren er al proeven geweest op 14 mei 1880 vanuit het gemeen­te­huis van Wormerveer naar het sta­tion Wormerveer onder lei­d­ing van de heer Majn. “De proeven die er mede genomen zijn, zijn meren­deels goed gelukt; er moet echter in het vertrek, waarin men zich bevindt, eene matige stilte heer­schen. Hoe langza­mer en kalmer men spreekt, hoe duidelijker het gespro­kene wordt overge­bracht. Het zin­gen vooral wordt onberispelijk goed geleid”.
Daarna gaat het snel, in 1896 sluit de gemeente Zaan­dam een con­tract met Bell voor 25 jaar.

5foto6Abon­nees van Zaan­dam in 1891, nr. 1 was H.J. Ver­steeg, de burge­meester.

Het aansluiten van een par­ti­c­ulier kostte fl 40,00 en de gemeente betaalde fl 500,00 voor hun aansluit­ing met recht op 10 nieuwe aansluitin­gen waaron­der het havenkan­toor, de Hem­brug en met een beschik­baarheid van een dien­stregeling van 8,5 uur per dag. Daar­toe waren er twee cen­trales in de Zaanstreek, een in een houten huisje op de Dam bij de Voorzaan en de andere in het Stad­huis van Wormerveer.

Na 1897 gaan alle kabels onder­gronds en in jan­u­ari 1904 komt de over­heid met een wet voor de tele­fonie. Een gesprek van vijf minuten kostte de burger fl 0,50, een heel kap­i­taal in die tijd. Het rijk neemt de exploitatie van Bell over op 1 jan­u­ari 1913: het NBTM wordt dan PTT.

Foto onder: Zaan­dam, de Dam met rechts de cen­trale, het houten gebouw half in de Voorzaan met op het dak “TELE­PHOON”. Links staat nog een pis­bak (een krul) die afwa­terde in de Voorzaan.

5foto7

Joomla tem­plates by a4joomla